Bijna heb ik alle checks, metaal-detectoren, stempel zettende mannen, politieagenten, militairen en andere ambtenaren gehad. Bijna ben ik officieel in Ethiopië. Bijna. Alle dames en heren zijn met rugzakken vol fotocamera’s, videocamera’s, mp3-spelers, Nintendo-DSsen de laatste röntgenfoto gepasseerd en plots houdt een van de toezichthoudende douaniers een vrij nieuwe cameratas omhoog. Die is inderdaad van mij gebaar ik als een van de mannen vragend rondkijkt. Eerst denk ik nog dat na een korte inspectie mijn camera meekan, maar het blijkt dat het hier om een ‘professionele’ camera gaat en voor een professionele camera heb je toestemming van de overheid nodig. Ik zeg nog dat de Ethiopische ambassade in Nederland mij daar niets over verteld heeft en dat het hier niet om een ‘professionele’ camera gaat (alleen dit laatste is waar, de ambassade heb ik niets gevraagd over camera’s), maar een mannetje toont mij een lijst in het Amhaars waarop in ieder geval allerlei typen camera’s vermeld staan. Ik zie dat bijna elke mogelijke videocamera op de lijst vermeld staat: professioneel, niet-professioneel, HD, SD, Mini DV, Beta-cam, 3CCD, minder CCD, VHS zelfs. Ik probeer deze on-logica nog aan te geven, maar het zijn de ‘rules and regulations’. Hier was ik al bang voor. Ethiopië heeft een bureaucratisch rookgordijn opgetrokken om ervoor te zorgen dat mensen niet teveel vrijheid hebben zomaar ‘gevoelige’ informatie te verspreiden. Dat is althans naar mijn idee de angst die de Ethiopische overheid koestert als het gaat om het ‘importeren’ van buitenlandse camera’s.
In eerste instantie proberen Femke en ik uit te leggen dat het simpelweg om een vakantie gaat, om een amateur-camera, om gemaakte afspraken, etc. De Ethiopiërs zijn echter onvermurwbaar en blijven vriendelijk, zelfs na het nodige schreeuw-werk leggen ze uit dat dit nu eenmaal de regels zijn die zij niet zelf hebben verzonnen. Uiteindelijk geven we toe en krijg ik na het inleveren van mijn camera een bonnetje met de boodschap naar het Ministerie van informatie te gaan, om daar een toestemmingsbrief te halen. Dit echter wel nadat ik nog snel al mijn video-tapes in mijn gewone tas heb gestopt en heb geprobeerd de Ethiopiërs om, of af, te kopen. Alle benodigde brieven, stempels, fotokopieën, pasfoto’s en Birren zijn vervolgens uit de kast getrokken voordat ik dan uiteindelijk toch mijn camera uit het hokje van de douane kon ‘bevrijden’.
Ik wil niet speculeren over de mogelijke redenen de camera buiten het land te houden, ik wil eerder simpelweg aangeven dat mijn ongeloof, irritatie, moedeloosheid, onbegrip en fascinatie voor de zoektocht naar mijn videocamera wellicht onredelijker is dan je wellicht zou verwachten.
De moraal van mijn verhaal is niet zozeer dat Ethiopië een repressief land is, of dat ze alle videocamera’s uit angst voor politieke documentaires buiten het land willen houden, of dat ze geld aan me willen verdienen, of dat ze met buitenlanders anders omgaan dan met Ethiopiërs, of dat het helpt als buitenlanders een Ethiopische vriend in de buurt te hebben, of dat ze redenen tot werkverschaffing zoeken, of bureaucratisch zijn. De moraal is eerder dat ik bij aankomst op het vliegveld vanwege een videocamera en de wil een documentaire te maken direct zelf de Ethiopiërs heb willen omkopen, dat ik ze heb verteld dat ik op vakantie ben wat ik niet ben, dat ik gewoon wat vrienden ga filmen wat niet zo is, dat ik tegen ze heb geschreeuwd terwijl ze allemaal heel lief zijn, dat mijn camera een simpele camera is wat ook weer niet helemaal zo is, dat ik de film niet op TV ga laten zien terwijl ik dat wel wil.
Ik ben reeds bij aankomst in Ethiopië zo politiek bewust, achterdochtig en berekenend geweest als de meest berekenende en politieke Ethiopiër zijn kan. Ben ik dit omdat ik geloof dat ik dit armoedige land kan helpen met het maken van een film over leerlingen-participatie? Ik weet het niet. Maar het accepteren en omarmen van corruptie is verschrikkelijk makkelijk, wat voor doel je ook voor ogen hebt.